Return to site

De vlucht van de Adelaar.

November to Remember, part V.

· kunst,wielrennen,koers,nederlands,thierry claveyrolat

Het verhaal van Thierry Claveyrolet is eigenlijk een volledig boek waard. Of het scenario van een film. Wie wint er in hetzelfde leven immers de bolletjestrui in de Tour, 150.000 euro met de lotto, en is betrokken in een zwaar auto-ongeluk om uiteindelijk tragisch zelfmoord te plegen in de kelder van zijn eigen café?

Als wielrenner was Claveyrolet een voorloper van de Voecklers en Virenques van deze wereld. Hij kon zeker wel bergop rijden, maar was geen rasklimmer zoals Pantani of Jimenez, die in onze vorige verhalen aan bod kwamen. Toch richtte hij zich vaak op de bolletjestruien. De meeste punten verzamelde de ranke wielrenner meestal op klimmetjes van tweede en derde categorie, met uitschieters op fameuze pieken zoals naar Morzine. Vraag maar eens aan Thomas de Gendt of Tim Wellens hoe moeilijk het is om op die manier de bolletjestrui te behouden tot in Parijs. Daar slaagde hij dus toch maar mooi in. We schrijven de Tour van 1990. Een prachtige editie. Ene Johan Museeuw won er de laatste etappe in een massasprint. Voor Miguel Indurain waren het dan weer de eerste signalen van zijn kunsten, met een 10e plek in het eindklassement als resultaat. Greg Lemond, in de toen zeer coole ‘Z kledij’, won er zijn derde en laatste tour.

De "Adelaar van Vizille" was Claveyrolat's mooie bijnaam. In Vizille, een charmant dorpje op 50km van Grenoble (de Franse Revolutie startte hier zowaar), leerde hij fietsen. Hij zou er zich ook met vrouw en kinderen vestigen. Een plek met heel wat mooie hellingen in de buurt. Het is eigenlijk verbazend hoe weinig het levensverhaal van Thierry wordt opgerakeld in het wielermilieu. Het lijkt nog tragischer als het verhaal van bijvoorbeeld een Vandenbroucke. Bovendien reed ook Claveyrolet alles bij elkaar toch een mooi palmares. Enkele ritten, het puntenklassement en bergprijzen in zware rittenwedstrijden als de Dauphiné Libéré en de Midi-Libre. Die prestigieuze bergtrui in de tour, en 2 bergetappes. Ook een top-20 in de eindrangschikking van de Tour is weinig coureurs gegeven.

De vraag is vaak: "Wat blijft er nog over na zo’n wielercarrière?"

Alles wordt voor je geregeld. Verzorgers, massages, vervoer. Trainen moet je uiteraard zelf doen. Maar ook die endorfine is verslavend. Net zoals het prijzengeld en het ontzag van supporters. Je bent als coureur toch het middelpunt van de aarde. En dat voor een simpele jongen uit Vizille, in de schaduw van Grenoble.

Daarom hechtte hij zo’n belang aan de posters in zijn café.

Het waren herinneringen aan die prachtige tijd. Want redelijk vroeg, midden in zijn laatste seizoen, hing hij zijn fiets aan de haak. Er was immers een buitenkansje. De brasserie waar hij altijd zijn trainingen begon met een koffietje stond te koop. Hiermee zou hij het zo gevreesde zwarte gat overwinnen. Hij veranderde het meteen van naam: ‘l’Étape’. Een jongensdroom. Maar een café houden is hard werken. En geen masseurs die je klaarstomen of ploegmaten die je uit de wind zetten. Geen eer te behalen op een klimmetje van 2e categorie, maar vaak tot uren in de nacht staan luisteren naar alweer hetzelfde verhaal van een dronken vaste klant die telkens weer belooft de volgende keer te betalen. Toen waren de wielercafés ook nog helemaal niet zo populair.

Als wielrenner heb je een manager en ploegleider die tactische richtlijnen geven. Dan kwam de ploegleider even langs rijden om je aan te wijzen om wat te sparen in de aflossing. Op hoeveel minuten het peloton reed. ’s Morgens werd grondig het parcours van de dag gepresenteerd en de strategie uitgestippeld. In zijn café was hij plotseling zelf de ploegleider. Strategie bleek niet zijn sterkste punt. Het vernieuwde café werd een dancing. Maar jongeren waren allemaal al lang uit de dorpen van Vizille weggetrokken. Misschien hier en daar een beloftevolle coureur die niet naar Grenoble of Parijs was getrokken. Maar die gaan dan uiteraard weer niet uit. Het café zat vaker halfleeg dan halfvol. En de traditionele klanten van het de brasserie moesten dan weer niets hebben van de moderne stijl van Claveyrolet.

 

Vaak zat hij dan ook alleen in het café. Nostalgisch te kijken naar zijn posters en trofeeën die stonden te pronken aan de muren. Vergane glorie helaas. En als er dan iemand passeerde, was het vaak een leverancier die zijn facturen reclameerde. En dan plots, het licht. Even weer in de spotlights. Op televisie nog wel. Met een gelukje belandde hij in een spelprogramma. 150.000euro mee naar huis. Maar opnieuw hetzelfde verhaal. Een renner met een goed stel benen, maar een slechte omkadering wint zelden een koers. Schulden moesten worden afbetaald. Een paar slechte investeringen. Het leek wel een valpartij. De dieperik in. Zonder stukken struik om de val te dempen. Het werd alleen maar erger. De zwaarste schok was misschien wel het verkeerongeluk. Dat hij zichzelf in een ongeluk reed ok, maar dat hij nu ook andere in de valpartij mee betrok.

Volgens de overlevering, schreef hij een brief aan zijn kinderen en vrouw. “Geen vrienden, geen bloemen, geen begrafenis. Crematie. Maar laat aub mijn truitjes, trofeeën en affiches hangen in l’Etape."

ArtNouvelo eert deze coureurs pur sang, met al zijn gebreken en met al zijn prachtige overwinningen met een referentie naar Toulouse Lautrec. Waarschijnlijk de bekendste affichemaker van Frankrijk en ver daarbuiten. Omgeven door grootheden als Van Gogh, Victor Hugo en Emile Zola. Impressionist. Beiden kunstenaars die werden opgeslokt door het nachtleven.

Wij kunnen alleen maar hopen dat ArtNouvelo met deze illustratie van de bolletjesman op affiche in café "l’Étape" mag hangen. Als eerbetoon aan de Adelaar van Vizille. De vlucht vooruit, zonder omkijken, als een rasklimmer die de berg bestormt.

All Posts
×

Almost done…

We just sent you an email. Please click the link in the email to confirm your subscription!

OKSubscriptions powered by Strikingly